KLEIZEE             

een kort verhaal


Ik dacht de golven

verlicht te zien in breken

want zwijgzaam sprekend

Westwaarts waarden wolken

in stormvelden kolkend verder.

Daar, hoger, beklom een herder

het Bolwerk van die oude stad.

Ergens was het

dat de tijd mij vergat.


Ploegend staal sneed een laatste vore

in verscheuren en daar vergleed

de stilte boetserend, bevroren

beelden uit water in kleuren.


De film spoelde als het getij

terug

in voor en achter mij

dacht ik duinen onder zeeën zon, 

het laatste station

en de wijds open

kantelend gedraaide             brug.

DE BERGING



GRASDUINEN IN DE KRINGLOOP VAN TIJD



EEN WANDELING OVER VLOEDLIJNEN EN TERUGGOLVENDE VOETSTAPPEN




OPENINGSZIN VAN DE BERGING



Ik wacht op dat wat in de toekomst al gereed staat en vanuit het verleden op de weg terug is. Mijn gereedschapskist staat altijd al een tijdje klaar. De schuifmaat laat zien dat het tijd is en dat een einde komt aan slechts de verwachting . Wachten in de verwachting. Ik heb nog wat tijd over, zo hier en daar. Het is schuiven met de tijd. Ik ga maar eens beginnen alle wrakstukken, restanten en nalatenschappen  van de schipbreuken  te bergen. Oude tijden afsluiten  en plaatsmaken voor de nieuwe. Het goede behouden, zoveel is zeker. Het zijn de testamentjes die ik ooit voor mijzelf nagelaten heb.


De laatste loodjes lagen er al lang. Ze zijn altijd het zwaarst, dus daar was ik als eerste mee begonnen. Het is afscheid nemen van elke mogelijke toekomst die nooit zal komen. Het is achter- en nalaten. Het is even nog Hello and goodbye zeggen tegen diegenen die je toch al nooit hadden gezien. Hier past trouwens altijd de mildheid van het manteltje der liefde dat in de hal aan de kapstok hangt. Was mooi op tijd terug van de stomerij.


Op de schappen en stellingen verzamelen zich de vele aardse zaken. Het zijn de kapstokjes waar een groter geheel aan opgehangen kan worden. De aardse zaken. Natuurlijk de onbezorgde jonge jaren van omzwervingen in de polders van een jeugd. In een oude doos en het aktetasje zitten oude schoolrapporten, diploma’s, getuigschriften, garantiebewijzen, documenten, kindertekeningen en bonnetjes met absurd hoge emotionele waarde. Een Vwo-diploma dat herinnert aan de prachtige middelbare schooljaren.. De tijden aan de Hogere Zeevaartschool. Schoolbanken die uitkeken over het water en de getijden van de Schelde. De zandbanken daar zou ik pas later leren kennen. De school is  nu een hotel, net als toen. De galons: de jaren als officier bij de Koninklijke Marine. Hydrografie en oceanografie. De tropenjaren, de keerkringen en evenaar, Spitsbergen, de dieptes van sterrenhemel, Melkweg en oceaan: vierduizend meter water onder je voeten en de peilloze diepte van een Heelal boven je hoofd. Dichterbij thuis. De eindeloze rijen fotoalbums met evenzovele gecomprimeerde beelden. Vooruitblikken. De verrekijker.

De afgebroken  deeltijdjaren Theologie en levensbeschouwing: de (ont)brekende bezieling en spiritualiteit van een Godsbesef gedurende deze opleiding. Soms vraag ik mij af voor wie ik dit schrijf, maar daar ga ik vanzelf achter komen.

In de scheepskoffer het monsterboekje, de scheepsjournalen, pilots, kaarten, een sextant en pleischaal. Het vernieuwde  testament, een contract, de USB met alle gedachten die ooit passeerden en  nog mogen gaan komen. Een oude harde schijf die ooit volledig gecrasht is. De stappenteller die jarenlang op nul was blijven staan maar nu langzaam op gang gaat komen. De eerste passen langs de waterpas van mijn eigen tijd.


 

De enorme hoeveelheid stof van jaren was in de berging verzameld en neergedaald. Het was vooral stof tot om- en nadenken, beschouwing, contemplatie en introspectie. Stof dat onder de juiste invalshoek laat reflecteren.

Ik diep uit dit alles de mappen met uitvaartredes op, uitgesproken bij de vele  uitvaarten: vorm en inhoud geven aan een afscheid van de tijd van de ander. En gaandeweg van mijzelf. Een compositie van dit ondeelbaar geheel maken. Woorden geven aan een leven dat niet stopt bij de dood en die zeker niet het laatste woord heeft.


Ik wil hier graag een toespraak uitlichten: die voor mijn moeder. De jaren van haar dementie. Zij is een plekje waard, alleen al omdat zij nog overal is, in haar achtergrond  waar zij zich thuis voelde. Hieronder een hoekje en klein boekje met de titel 'FANNY de bellen die vertellen.'


Er kan nog wel meer gesorteerd worden. Nooit goed in weggooien geweest, altijd denken dat het nog van pas zou kunnen komen. Ooit. Maar soms mag er even doorgepakt worden en kunnen de dingen naar de kringloop, milieustraat of het afvoerputje en kliko in.


De bundel aquarellen, daar waarmee het allemaal begon nadat ik met het afmaken van een slagzin een kistje met aquarelspullen won. Dierbaar, het kistje. Een klein houten olifantje. 'Verzen' van A. Roland Holst. De foto van een mooie dag.


Ik ga nog eens verder kijken en zien wat zo door de tijd in de vergetelheid terechtgekomen is.. Een beetje grasduinen in de kringloop van tijd. Het hoeft vandaag niet allemaal afgerond te worden. De dag zou nog wel even duren. En ik heb nog alle tijd. Alle tijd van een wereld.


BOEKEN



DE OVERSTEEK

van voorbij ruimte en tijd


De eerste voorzichtige woorden in verhalend rijm, ondanks dat in die dagen niets rijmde. Ooit in opdracht van mijzelf geschreven om de tijd terug te kunnen vinden. Ik kijk even goed naar het boek, en zie dat het stoffig is en eigenlijk te lang onder water gelegen heeft. De woorden mogen allemaal een nieuwe verpakking krijgen. Dit zal voor later zijn.




GENESIS

DE LANDING



De eerste in- en afdrukken van een blauwdruk voor later, zo bleek. Ingehouden eerste reflecties, bespiegelingen, kleuren en woorden in aquarel, ecoline pen en inkt. Een basis voor toen. Alles lijkt nu verouderd en verwaterd, zo tegen die achtergrond van verweerd hout. Het boek in huidige staat  kan, hoewel in revisie, nog besteld worden als mogelijk collectors item. Informeer naar de mogelijkheden.